
“You’re not a designer. You’re a maker. A translator. A curator.”
Die zin van Virgil Abloh bleef hangen. Hij was een ontwerper, maar ook een brug. Tussen subculturen en luxe. Tussen straat en museum. Tussen het gewone en het iconische. En ergens voelde ik me daar als fotograaf ineens veel meer in thuis.
1. Creativiteit zit niet in maken. Het zit in combineren.
Wat Virgil deed, was iets pakken dat al bestond, en het opnieuw framen. Een sneaker werd een kunstwerk. Een T-shirt werd een manifest. Geen nieuwe uitvinding, maar een nieuwe context.
“Everything I do is for the 17-year-old version of myself.”
Die quote. Bam. Dat is precies wat ik probeer te doen met mijn fotografie. Ik maak geen technische hoogstandjes. Geen opgepoetste commerciële beelden. Maar ik kijk. Naar een muur in Rotterdam. Naar een schaduw in Parijs. Naar licht op een trap in een parkeergarage in Utrecht.
En ik combineer dat met gevoel, kleur, mode, sfeer. Met invloeden van kunst, van straatcultuur, van wat ik meeneem uit musea of van Instagram. Ik mix, vertaal, koppel en zet het om in beeld.

2. Kunst hoeft niet moeilijk te zijn. Maar wel écht.
Abloh brak met de heilige huisjes van ‘hogere kunst’. Hij zette plastic stoelen in een galerie. Hij schreef met dikke stift op Louis Vuitton-tassen. Hij trok de grens tussen high fashion en hoodie open. En dat is bevrijdend.
“Creativiteit zit niet in perfectie. Het zit in lef.“
Ik merk dat ik dat ook steeds meer wil in mijn werk. Niet alleen mooie beelden maken, maar iets zeggen. Iets laten voelen. Dat een muur, een trap, een verlaten gebouw net zo veel kunst kan zijn als een canvas in een museum.

3. Stijl = persoonlijkheid
Abloh’s werk was altijd herkenbaar. Niet omdat het er hetzelfde uitzag, maar omdat het van hem was. Of het nou een Off-White hoodie was of een samenwerking met IKEA – je voelde z’n handtekening. Zijn gedachtegang.
Dat wil ik ook met mijn beelden. Of ik nu een foto maak in Berlijn, Milaan of in m’n eigen straat: het moet Edwin zijn. Mijn blik. Mijn sfeer. Mijn rauwe elegantie.
4. Maak. Gooi het eruit. En ga door.
Virgil produceerde veel. Collecties, installaties, schoenen, exposities, boeken, DJ-sets. Alles.
Dat leerde me iets belangrijks: creativiteit stroomt pas als je stopt met twijfelen.
“Ik wil niet wachten tot iets ‘perfect’ is. Ik wil maken, delen en leren onderweg.“
Dat is ook waarom mijn nieuwe website niet alleen foto’s laat zien. Maar ook blogs. Gedachten. Inspiratie. Dingen waar ik op aan ga. Van mode tot interieur. Van kunst tot straat. Alles waar ik iets in voel, vertaal ik naar iets visueels.

Dus wat leerde Virgil me?
“Creativiteit is geen eindpunt. Het is een houding.
Een open blik. Een fuck-you naar grenzen.
Een gevoel van: dit is hoe ík het zie.“
En dat is precies wat ik probeer met mijn camera.
Niet registreren. Maar reageren.
Niet kopiëren. Maar creëren.
Dankjewel, Virgil.