
Voordat ik op reis ga, begin ik altijd met hetzelfde ritueel: research. Urenlang scrollen door internet, Google Maps, obscure blogs en social media. Op zoek naar plekken die iets met me doen: een onverwacht uitzicht, een authentiek straatje waar niemand over praat, oude gebouwen met littekens of juist moderne architectuur die me omver blaast. Deze zomer was het de beurt aan Santa Cruz, de hoofdstad van Tenerife. Een plek die ik al langer op mijn lijstje had staan. Niet vanwege de stranden of het toerisme, maar vanwege de architectuur.
Omdat Laura en ik in Adeje verbleven, helemaal in het zuiden, besloten we een auto te huren. Geen gedoe, gewoon vrijheid. Gaan waar je zin in hebt. Stoppen waar het mooi is. Foto’s maken waar het moet.
Eerste stop: het bergdorp Masca
De route naar Masca is al een ervaring op zich. Smalle, slingerende bergwegen waarbij je soms denkt: dit past nooit. Maar het past. En het uitzicht onderweg is bizar mooi. Masca zelf ligt verscholen tussen enorme rotspieken, alsof de natuur het expres geheim probeert te houden. Omdat we vroeg waren, waren er bijna geen toeristen. Precies zoals ik het graag heb.

We dronken een koffie in Santiago del Teide, een rustig dorpje verderop, nog half slapend, terwijl de zon langzaam omhoog kroop.
Langs Guia de Isora richting El Teide
Door wegafsluitingen reden we via Guia de Isora verder omhoog de bergen in. We stopten bij een restaurant met een uitzicht dat je normaal alleen in reisprogramma’s ziet: uitzicht over de hele zuidwestkust van het eiland, de oceaan als een blauw vlak onder ons.
Daarna reden we door richting de vulkaan El Teide. We hadden vooraf besloten hem niet te beklimmen, aangezien ik net weer een beetje herstelt ben van een zware blessure aan mijn been. En ik wilde mijn energie bewaren voor Santa Cruz.
We stopten bij Roque de García, waar gigantische rotsformaties boven het landschap uitsteken. Maar man… wat was het daar druk. Mooie plek, maar als fotograaf word je er niet per se gelukkig van als je iedere foto moet timen tussen dertig selfiesticks door. Na een paar bijna-botsingen met toeristen die midden op de weg ‘spontane’ foto’s maakten, zijn we snel doorgereden.
n gelukkig maar. Want daarna reden we een landschap binnen dat voelde als een andere planeet: het vulkanische maanlandschap van Parque natural de la Corona Forestal. We reden boven de wolken, letterlijk. Een zee van wit onder ons, bergen die eruit staken als eilanden. Het soort uitzicht dat je even stil maakt en je eraan herinnert hoe klein je eigenlijk bent.

De ruige noordkust en een verborgen vuurtoren
Ik had thuis al een plek gevonden waar ik per se naartoe wilde: de vuurtoren Faro de Punta del Hidalgo. De noordkust is rauw en ongerept, precies waar ik van hou. De zee is daar wild, de wind hard, en de lucht vaak grijzig en laag hangend.
Vanaf San Cristóbal de La Laguna was het nog een flinke wandeling. Het was warm, drukkend zelfs, met een wind die voelde als een föhn. Maar toen we er uiteindelijk aankwamen… wow.
Een architectonische parel, midden in een ruig landschap. Zo’n plek waar je meteen voelt: híer wil ik foto’s maken. En dat heb ik gedaan. Een uur lang. Zonder haast.

Dat is het mooie van research: een plek vinden die niet in de standaard lijstjes staat, maar wel alles raakt waar je als fotograaf blij van wordt.
Eindelijk: Santa Cruz en het Auditorio de Tenerife
Daarna reden we door naar het échte hoogtepunt van mijn zoektocht: het Auditorio de Tenerife.
Dé reden dat ik Santa Cruz op mijn lijst had gezet. En ja, het stelde niet teleur.
Dit gebouw (ontworpen door Santiago Calatrava) is modern, groots, een beetje buitenaards. Het herinnert aan zijn werk in Valencia: Palau de les Arts Reina Sofía en Ciudad de las Artes y las Ciencias. Maar dit auditorium heeft toch iets volledig eigens.
We hadden perfecte omstandigheden: strakblauwe lucht, bijna geen mensen. Ik heb hier zeker een uur foto’s gemaakt, en had er makkelijk nog een kunnen blijven staan. Van buiten is het indrukwekkend, van binnen verrassend elegant. We dronken een drankje in de foyer, gewoon om het gebouw van binnen nog even mee te pakken.

Even voetballiefhebber zijn en afsluiten in de avondzon
Omdat ik óók fan ben van voetbal en omdat je soms gewoon je eigen guilty pleasures moet omarmen, gingen we nog even langs het stadion van CD Tenerife. Het stadion waar Roy Makaay ooit speelde. Voor mij genoeg reden om even langs te wippen. Daarna doken we de binnenstad in: tapas, cerveza, zon die langzaam achter de gebouwen zakte. Gewoon genieten.
Later die avond reden we terug naar het hotel, moe maar voldaan. Alles wat ik vooraf had uitgezocht, had ik die dag in het echt gezien. En dat blijft toch echt één van de lekkerste gevoelens die er is.
In het hotel kijk ik nog even alle gemaakte foto’s terug. Het is alsof je de dag nog eens doorneemt. De foto’s zijn echt heel gaaf geworden. Binnenkort plaats ik ze op mijn Instagram account én in mijn webshop. Dit zijn foto’s die als geweldige blikvangers kunnen fungeren in iedere huiskamer, werkkamer of kantoor.
Conclusie
Santa Cruz is geen typische toeristenstad. Het is een stad voor mensen die anders kijken: fotografen, liefhebbers van architectuur, mensen die graag verdwalen in straatjes en zich laten verrassen door vorm, licht en ruimte. En een stad waar het tempo laag ligt, dus lekker de Canarische cultuur kunt leren kennen.
Dus voor mij: precies de juiste plek!